Minder olie op het Amerikaanse inflatievuur

13 april 2017

‘Maar die inflatie dan, die is toch best hoog, zou de Fed met het oog daarop niet door moeten gaan met haar renteverhogingen? Op het eerste gezicht wel. Maar het zou mij niet verbazen als vanuit dat front de komende maanden de noodzaak tot verdere renteverhogingen wel eens vermindert. Daarover volgende week meer.’ Dat was het slotstuk van mijn artikel vorige week. Deze week het beloofde vervolg.

De in de loop van laatste maanden rap gestegen inflatie kan de komende maanden de noodzaak tot verdere renteverhogingen wel eens verminderen. Een belangrijke reden voor de inflatiestijging in de afgelopen maanden was de gestegen olieprijs. Die klom van ongeveer 45 dollar per vat eind november vorig jaar naar 55 dollar per vat in de afgelopen maanden. De laatste tijd is de prijs van het zwarte goud echter weer wat gedaald en het zou mij niet verbazen als de daling de komende tijd doorzet; een nieuwe stijging van de olieprijs lijkt onwaarschijnlijk. Hoe dat zo?

Dat de olieprijs kan blijven dalen, betekent overigens niet dat de inflatie per se weer (flink) zal zakken, maar maakt een verdere stijging wel zeer lastig.

Toen de olieproducerende landen verenigd in OPEC eind november vorig jaar besloten om voor het eerst in acht jaar hun gezamenlijke productie te verlagen en een aantal niet-OPEC leden zich aansloot bij de afspraak om zo ze olieprijs op te krikken en hun eigen inkomsten zo te verhogen, leek dat te lukken. De olieprijs, die in november rond 45 dollar per vat lag, spoot omhoog naar circa 55 dollar.  

Voorraden historisch hoog

Die stijging betekende echter niet dat de olieprijs verder omhoog zou gaan of zelfs op dat nieuwe niveau van ongeveer 55 dollar zou blijven. De OPEC heeft bijvoorbeeld een uiterst slecht track record wat betreft het zich houden aan de productieafspraken door de aangesloten landen. Zo goed als altijd produceren ze namelijk meer dan hun quota toestaat.

Daarnaast zijn de olievoorraden in de VS de afgelopen tijd flink toegenomen. Met een totaal van 533 miljoen opgeslagen vaten olie in de VS is die voorraad op het hoogste niveau ooit. Dit is belangrijk voor de olieprijs omdat oliehandelaren weten dat als de prijs mocht stijgen, de Amerikanen hun strategische reserves kunnen aanspreken en zo, via meer aanbod op de markt, de olieprijs omlaag kunnen drukken.

Een andere reden waarom een stijging van de olieprijs zeker niet gegarandeerd was, was dat het niet alleen de OPEC-landen zijn die olie op de markt brengen. Inmiddels komt meer dan de helft van de olieproductie uit de andere niet OPEC-landen. De toename van de olieproductie is vooral in de VS, dankzij schalieolie, prominent.

Die factoren hebben er inderdaad voor gezorgd dat de prijs van het zwarte goud, na de initiële stijging van 45 naar 55 dollar gestopt is. In het eerste kwartaal van dit jaar schommelde de olieprijs tussen circa 53 en 56 dollar per vat. In de VS is bijvoorbeeld door de gestegen olieprijs in december, het aantal olieproducenten verdubbeld in minder dan een jaar tijd. Op één week na is hun aantal elke week dit jaar gestegen, blijkt uit de gegevens die het bedrijf Baker Hughes bijhoudt.

Onlangs zakte de olieprijs naar 50 dollar per vat. De prijs klom weer wat omhoog door de zorgen op geopolitiek vlak, met de raketaanval op Syrië en dreigende toon uit Noord-Korea. Was die daling naar 50 dollar echter een voorbode van een verdere daling de komende maanden als de geopolitieke spanningen niet verder toenemen?

Airco’s aan aub!

Wat de olieproductie in de VS betreft, menen de kenners dat de stijging ervan voorlopig door zal zetten. De olieprijs is nog steeds gunstig voor veel bedrijven, iets wat bij een prijs van 45 dollar of minder niet het geval is geweest. Vanuit die hoek is dus een aanhoudende neerwaartse druk te verwachten.

Een andere factor waar oliehandelaren naar uit kijken is de vraag of de OPEC-landen hun afspraak om de productie te verlagen, voort zullen zetten. Dit kan echter een onbelangrijk gegeven in het geheel worden.

Spreken de OPEC-landen namelijk af de lagere productieniveaus aan te houden of zelfs verder te verlagen, dan zou dat de olieprijs, net als in december vorig jaar, eventjes kunnen aanjagen maar het is dan ook te verwachten dat de andere, niet-OPEC landen hun productie verder zullen opvoeren om te profiteren van die hogere olieprijs. Iets wat, net als na december vorig jaar, de olieprijs weer omlaag kan drukken. En als de OPEC-landen hun afspraken niet verlengen, dan zou dat de olieprijs ook naar beneden sturen. Kortom,  het zou zomaar kunnen dat ongeacht wat de OPEC besluit, de olieprijs niet noemenswaardig en langdurig zal stijgen.

Dat gezegd hebbende: er is wel een factor in het spel waardoor de vraag naar olie, vooral in de VS, de komende maanden behoorlijk kan stijgen.

De vraag naar olie in de VS is voor een belangrijk deel afhankelijk van hoeveel auto’s er in de VS rijden en hoeveel kilometers de Amerikaan gemiddeld maakt. Dat laatste op zijn beurt is vooral afhankelijk van hoeveel Amerikanen een baan hebben; lage werkloosheid betekent veel mensen die elke dag nogal lange afstanden van hun huis naar hun werk afleggen. De werkloosheid in de VS is tegenwoordig met iets meer dan 4 procent lager dan die voor de crisis is geweest. Het aantal gereden kilometers is in 2016 elke maand gestegen.

Die lage werkloosheid op zijn beurt heeft er ook voor gezorgd dat het vertrouwen onder de Amerikanen de laatste maanden is toegenomen. Iets waarop velen besloten hadden een nieuwe auto aan te schaffen, wat vaak een brandstof slurpende SUV is geweest (ook omdat benzine en diesel goedkoop waren). Het aantal verkochte SUV’s in één jaar tijd bereikte vorig jaar een all time record, net als de verkopen van light trucks.

Het bovenstaande samengenomen betekent dat het aantal gereden kilometers in de VS de komende maanden verder zal stijgen en de vraag naar brandstof fors zal toenemen; door het stijgende aantal gereden kilometers maar ook de auto’s waarmee de Amerikanen van en naar huis karren.

Tel daarbij op het feit dat de zomer eraan komt, wat betekent dat miljoenen airco’s in de VS full time aan het werk worden gezet, en het is niet moeilijk voor te stellen dat de vraag naar olie wel eens behoorlijk kan stijgen.

Of dat echter voldoende zal zijn om de olieprijs aan te jagen, is onzeker. Zoals gezegd, het is te verwachten dat de productie ook omhoog zal klimmen. Mocht de nood echt hoog zijn dan kan de Amerikaanse overheid altijd de historisch hoge strategische voorraden olie aanspreken.

Indien de olieprijs inderdaad niet verder kan oplopen, dan zou van daaruit minder opwaartse druk op de inflatie komen, wat op zijn beurt zomaar voor de Fed de reden kan zijn het allemaal rustiger aan te doen met de geplande renteverhogingen. 

Nieuwsbrief

Meld u aan voor onze wekelijkse nieuwsbrief en ontvang automatisch de scherpste analyses en het allerlaatste nieuws