De exitstrategie van de ECB staat gelijk aan een subsidie van 54 miljard aan banken

21 juli 2017

Veel is veranderd sinds de komst van “quantitative easing” (QE), de enorme opkoopprogramma´s van de grote centrale banken. De ECB is daar één van. Sinds de komst van deze programma’s zijn de balansen van centrale banken enorm gegroeid. Een van de problemen van QE is dat bankreserves niet langer schaars zijn. Voor de crisis gebruikten centrale banken uitgerekend het aanbod van bankreserves om de rente op deze reserves (naar boven of naar beneden) te manipuleren. Aangezien dit na QE niet meer kon, begonnen centrale banken deze te vervangen met een andere methode: het betalen van rente op bankreserves. Los van alle technische discussies die we kunnen hebben over de effectiviteit van deze methode (en die hebben we reeds uitgebreid gehad), is er iets anders aan de hand. De technocraten van de ECB zien iets over het hoofd. Hun “nieuwe methode” is volstrekt politiek onrealiseerbaar.

De crisis van 2008

Centrale banken raakten in de crisis van 2008 volledig in paniek. Rentes werden verlaagd naar praktisch nul, maar zelfs onder die omstandigheden leek de economie in een vrije val en verzaakten banken in trossen. Alles werd uit de kast gehaald om het tij te keren. Dat deze zelfde centrale bankiers niet snappen dat zij niet de metaforische brandweerman zijn, maar de pyromaan, hebben we overigens al eerder uitgebreid besproken.

Enfin, de economie herstelde (deels, want de economische groei is historisch zwak, zeer zwak) en centrale banken beginnen te spreken over het “normaliseren” van monetair beleid. Het idee is dat de economische groei weer aantrekt, maar dat als de economische groei aantrekt de inflatie zal stijgen. Daarom moet de centrale bank proactief de rente verhogen, om ervoor te zorgen dat die inflatie niet uit de hand loopt als gevolg van een enorme kredietgroei.

Tot zover het verhaal zoals u het in de krant leest.

Een geschiedenis van bankreserves

Banken zijn, bij wet, verplicht om een minimum aan reserves aan te houden. Vroeger waren bankieren hier allesbehalve blij mee. De investeringen van banken moeten geld opleveren, genoeg rente betalen, om een gezonde en positieve rentemarge te handhaven. En wanneer een overheid je vervolgens dwingt om bij wet te investeren in activa die geen rente opleveren, dan is dat geen reden voor vreugde. Bankreserves waren een onrendabele activa.

Tot de crisis van 2008. Want toen begonnen centrale banken ineens rente over deze bankreserves te betalen.

De Fed was namelijk bang dat QE tot hoge inflatie zou leiden, waardoor ze rente op bankreserves begonnen te betalen om te voorkomen dat banken deze zouden gebruiken om hun kredietverlening met een veelvoud uit te breiden. Het idee was om banken te verleiden dit juist niet te doen, terwijl de Fed miljarden aan activa (US Treasuries en mortgage backed securities) opkocht en op de balans parkeerde.

In Europa werd er nog een hoofdstuk toegevoegd aan deze merkwaardige periode in de monetaire geschiedenis. De ECB begon, in plaats van rente te betalen, een negatieve rente in rekening te brengen op bankreserves (deposito´s). De rente op een spaarrekening bij de ECB (in andere woorden: op bankreserves!) is momenteel -0,4%, wat simpelweg betekent dat banken 0,4% betalen aan de ECB om daar geld te stallen. Draghi kwam bovendien met het nieuws naar buiten dat we voor de komende tijd geen rentewijziging hoeven te verwachten. Deze negatieve rente functioneert als een belasting op banken, omdat banken feitelijk geen keuze hebben.

Draghi, met zijn QE-programma, koopt iedere maand €60 miljard aan activa op, wat betekent dat het aantal uitstaande bankreserves die een negatieve rente dragen ook met €60 miljard toeneemt. Alleen wanneer banken substantieel meer uitlenen kunnen ze de belasting vermijden, maar dat is per definitie onmogelijk, want:

  • Regelgeving (Basel III) legt additionele restricties op wat betreft het aanhouden van liquiditeit en kapitaal
  • Er zijn simpelweg niet voldoende kredietwaardige huishoudens en bedrijven die geld willen lenen

De totale M3 geldhoeveelheid in de eurozone bedraagt €11600 miljard. De ECB-balans is €4200 miljard en Draghi koopt in een jaar tijd €720 miljard bij. Banken moeten 1% aan verplichte bankreserves aanhouden waarover de negatieve rente niet geldt. Dat zou onder de huidige omstandigheden betekenen dat banken, grofweg, €420.000 miljard zouden moeten hebben uitstaan om de ECB-belasting op “excess reserves” te ontwijken, 42 keer de huidige kredietomvang.

In concrete termen: de ING heeft momenteel €1000 miljard aan activa, waarvan het gros bestaat uit krediet aan bedrijven, huishoudens en overheden. De ING moet vervolgens 42 keer meer uitlenen om aan het bovenstaande te voldoen. Een per definitie onmogelijke opgave.

In de ogen van de publieke opinie valt deze negatieve rente momenteel prima te verkopen. Een belasting op banken? “Prima”, zou een merendeel zeggen. Maar er bestaat een andere kant van de medaille.

De exitstrategie van de ECB

De ECB zal op een bepaald moment het beleid moeten “normaliseren”. Dat betekent: de ECB zal de rente moeten verhogen. En omdat de oude methode niet meer werkt sinds 2008 (manipuleren aanbod van reserves), moet de nieuwe methode toegepast worden (wijzigen van de rente op reserves).

Geen enkel probleem, zegt de ECB-technocraat.

Zonder te beseffen dat zijn voorstel, met de huidige methode, betekent dat de ECB een miljardensubsidie zal moeten betalen aan banken om, ironisch genoeg, niet uit te lenen.

Stel: de ECB verhoogt de rente omdat men verwacht dat de inflatie, naar aanleiding van de aantrekkende economische groei, zal toenemen. De ECB verhoogt de rente om banken minder uit te laten lenen. Maar de rente die de ECB betaalt aan commerciële banken valt linksom of rechtsom op het bordje van de belastingbetaler. Ergo, het ECB-beleid staat gelijk aan een gigantische subsidie aan commerciële banken.

Hoeveel precies? Dat kunnen we uitrekenen met een aantal veronderstellingen:

  • Europese banken hebben €542 miljard aan bankreserves (dit is exclusief verplichte reserves waarover geen rente betaald wordt). Uiteraard neemt deze hoeveelheid toe in de mate waarin de ECB haar maandelijkse opkoopprogramma QE doorzet.
  • Een “normale rente” is, laten we zeggen, 4%. In 2007 en 2008 stond de ECB-rente op dit niveau en aan het begin van het millennium stond deze boven de 4%.

De ECB zou maar liefst €21,7 miljard aan jaarlijkse rente uitkeren aan commerciële banken. En enkel en alleen om ervoor te zorgen dat zij niet aan anderen uitlenen.

Wat als de inflatie echt stijgt? Zoals in de jaren ’70 bijvoorbeeld het geval was? Wat als de ECB niet 4% maar 10% moet betalen om de geldontwaarding te beteugelen? Dan zou de ECB een onthutsende €54.2 miljard euro moeten uitkeren aan verkapte banksubsidies.

De politieke haalbaarheid van de exitstrategie van de ECB

Hoe ethisch is het dat een publieke instelling zoals de centrale bank commerciële banken geld betaalt om geen geld uit te lenen? En misschien relevanter: hoe blij is de doorsnee stemgerechtigde Nederlander wanneer hij of zij erachter komt dat de ECB de commerciële banken een miljardensubsidie toestopt?

Wie denkt werkelijk dat de ECB miljarden kan uitkeren zonder dat het de gehele Europese stemgerechtigde bevolking tegen zich keert? 

Nieuwsbrief

Meld u aan voor onze wekelijkse nieuwsbrief en ontvang automatisch de scherpste analyses en het allerlaatste nieuws